Search Header Logo
ik mijn jij jouw hij zijn zij haar

ik mijn jij jouw hij zijn zij haar

Assessment

Presentation

•

Other

•

University

•

Hard

Created by

Miranda Wijckmans

Used 1+ times

FREE Resource

4 Slides • 0 Questions

1

Ik - Jij - Hij - Zij
Mijn - Jouw - Zijn - Haar

2

Sofie komt naar school.

Zij komt naar school.

​Sofie = vrouw

Ali komt naar school.

Hij komt naar school.

​Ali = man

Hij - Zij

3

mijn - jouw - zijn - haar

Ik --> mijn Ik heb een pen. Het is mijn pen.
Jij / Je --> jouw Je hebt een pen. Het is jouw pen.
Hij / Ali --> zijn Ali heeft een pen. Het is zijn pen.
Zij / Sofie --> haar Zij heeft een pen. Het is haar pen.

4

Hij drinkt zijn thee.

​Ali drinkt de thee.

Hij - zijn - Zij - haar

​Zij drinkt haar thee.

​Sofie drinkt de thee.

pattern-tertiary
Ik - Jij - Hij - Zij
Mijn - Jouw - Zijn - Haar

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 4

SLIDE