Search Header Logo
Past simple vs past continuous

Past simple vs past continuous

Assessment

Presentation

English

University

Medium

Created by

Luka Luka

Used 1+ times

FREE Resource

6 Slides • 34 Questions

1

Grammar practice

2

Multiple Choice

De past simple en past continuous zijn:

1

Verleden tijd

2

Tegenwoordige tijd

3

De toekomst

3

Multiple Choice

De past simple gebruik je bij:

1

Een actie die helemaal is afgerond in het verleden.

2

Iets wat gebeurd in het verleden dat langer duurt.

3

Een gewoonte in de toekomst

4

Multiple Choice

Een voorbeeld zin van de past simple is:

1

'I am going to school.'

2

'I went to school yesterday.'

3

'I have gone to school.'

5

Multiple Choice

Je maakt de past simple regelmatige werkwoorden met:

1

Stam + ed

2

Hier zijn geen regels voor.

3

Stam + es

6

Past simple

Stam+ed

Walk + ed= walked

7

Multiple Choice

Als het woord eindigt op een korte klinker (o,u,i, a, e) + een medeklinker dan:

(voorbeeld= stopped).

1

Dan gaat de medeklinker weg.

2

Hier zijn geen regels voor.

3

Verdubbel je de medeklinker als je -ed toevoegd.

8

Multiple Choice

Als het woord eindigt op -y, dan vervang je de -y door een:

1

-i

2

-ied

3

-ed

9

Multiple Choice

Als je onregelmatige werkwoorden in de past simple moet zetten dan:

1

Hier zijn geen regels voor.

2

Dan voeg je -ed toe.

3

Dan voeg je -d toe.

10

Multiple Choice

De verleden tijd van 'be' is?

1

Was/were

2

Am/are/Is

3

Went

11

Multiple Select

De onregelmatige werkwoorden (op blz. 209, 210 en 211) moet je:

1

Leren

2

Leren

3

Leren

12

Multiple Choice

De verleden tijd van 'have' is?

1

Had

2

Has

3

Hav

13

Multiple Choice

Welk rijtje klopt van het woord 'to be'?

1

I was

You were

He/She/It were

We were

You was

They were

2

I was

You were

He/she/it was

We were

You were

They were

3

I were

You was

He/she/it were

We was

You was

They was

14

Fill in the Blanks

Type answer...

15

Fill in the Blanks

Type answer...

16

Fill in the Blanks

Type answer...

17

Multiple Choice

Als je een vraag wil maken in de past simple met WAS/WERE of COULD dan:

1

Zet je WAS/WERE of COULD aan het einde van de zin.

2

Dan zet je WAS/WERE of COULD aan het begin van de zin.

3

Dan haal je WAS/WERE of COULD uit de zin.

18

Multiple Choice

Als je een vraag wil maken in de past simple met andere werkwoorden dan:

1

Voeg je did toe aan het begin van de zin en veranderd het werkwoord naar de stam.

2

Voeg je alleen did toe aan het begin van de zin.

3

Veranderd het werkwoord terug naar de stam.

19

Vraag in past simple

I was in the snow yesterday.
-->
WAS I in the snow yesterday?



I loved my cats.
-->
Did I love my cats?

20

Fill in the Blanks

Type answer...

21

Fill in the Blanks

Type answer...

22

Multiple Choice

Als je een ontkenning (negation) wil maken in de past simple met WAS/WERE of COULD dan:

1

Zet je NOT na WAS/WERE of COULD in de zin.

2

Dan zet je WAS/WERE of COULD aan het begin van de zin.

3

Dan haal je WAS/WERE of COULD uit de zin.

23

Multiple Choice

Als je een ontkenning (negation) wil maken in de past simple met andere werkwoorden dan:

1

Zet je NOT na WAS/WERE of COULD in de zin.

2

Dan zet je WAS/WERE of COULD aan het begin van de zin.

3

Dan zet je did not voor het werkwoord en verander je die terug de stam.

24

Ontkenning (negation) in past simple

I was in the snow yesterday.
-->
I WAS NOT in the snow yesterday.



I loved my cats.
-->
I DID NOT LOVE my cats.

25

Fill in the Blanks

Type answer...

26

Fill in the Blanks

Type answer...

27

Multiple Choice

The past continuous gebruik je om:

1

Te praten over dingen die in het verleden gebeurden en een langere tijd aan de gang waren.

2

Dingen in het verleden die nog niet zijn gebeurd te bepalen.

28

Past continuous


Was/were + werkwoord + -ing.

She was standing in her room.

29

Multiple Choice

Als het werkwoord eindigt op een -e die niet uitgesproken wordt, dan:

(voorbeeld= make--> making)

1

Verdubbeld de -e.

2

Dan verdwijnt de -e.

3

Dan blijf de -e.

30

Multiple Choice

Als het werkwoord eindigt op een korte klinker (a, e, i, o, u) + een medeklinker (bijv. b, t, m) dan:

(voorbeeld= set--> setting)

1

Verdubbeld de medeklinker.

2

Dan verdwijnt de medeklinker.

3

Dan blijf de medeklinker niet.

31

Multiple Choice

Als het werkwoord eindigt op -ie, dan vervang je de -ie door een:

(voorbeeld= lie-> lying)

1

-y als je -ing toevoegd.

2

-iee als je -ing toevoegd.

3

Dan blijf de -ie niet.

32

Fill in the Blanks

Type answer...

33

Fill in the Blanks

Type answer...

34

Fill in the Blanks

Type answer...

35

Multiple Choice

Als je de past continuous en de past simple in 1 zin gebruikt welke gebruik je voor de activiteit die het langste duurt?

1

De past continuous.

2

De past simple.

3

Geen van beide.

36

Past continuous + Past simple

De kortere activiteit onderbreekt de langere.

He was swimming in the ocean when he watched a dolphin jump.

37

Multiple Choice

Vul in:

A ball _____(hit) my head when I ____(take) a photo.

1

Hit, was taking

2

Was hitting, took

3

Hit, took

38

Multiple Choice

Vul in:

We ______(study) when a cat ____(jump) against the window.

1

were studying, jumped

2

studied, was jumping

3

were studying, was jumping

39

Fill in the Blanks

Type answer...

40

Open Ended

Wat vind je nog moeilijk en waar wil je nog mee oefenen in de les?

Grammar practice

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 40

SLIDE