Search Header Logo
Personal pronomen, het object

Personal pronomen, het object

Assessment

Presentation

•

World Languages

•

KG

•

Easy

Created by

Hella Bouman

Used 11+ times

FREE Resource

8 Slides • 48 Questions

1

Personal pronomen, het object

By Hella Bouman

2

Het personaal pronomen als object.​

  • ​Ik ben Hella. Ken je me/mij?

  • Je/jij bent mijn cursist. Ik ken je/jou.​

  • Anna is een vriendin. Ze/zij is een vriendin. Ik ken haar goed.​

  • John is docent. Hij is docent. Ik ken hem nog niet.​

  • Hallo meneer Jansen. U ​bent een patiënt. Ik help u.

​

​

​

3

Soms heeft een pronomen twee vormen. Ze betekenen hetzelfde. Een van de pronomina heeft meer accent. Waarom zien we in een andere les.

​

Subject​ object

neutraal accent neutraal accent​

ik X me mij

je jij je​ jou

ze zij haar X

hij X hem​ X

4

Multiple Choice

Question image

Zie je Maria? Zie je ...? Waar is ...?

1

ze, haar

2

haar, haar

3

ze, ze

4

haar, ze

5

Multiple Choice

Question image

Ik ben in de woonkamer. Zie je ...? Hier ben ...

1

me, me

2

ik, ik

3

me, ik

4

ik, me

6

Multiple Choice

Question image

Waar is mijn pet? Waar is ... Zie je ...?

1

hij, hem

2

hem, hij

3

hem, hem

4

hij, hij

7

Multiple Choice

Question image

Oh, daar ben je! ... bent in het tiny huis. Ik zie...

1

je, je

2

me, je

3

je, me

4

me, me

8

Multiple Choice

Question image

Waar is je moeder? Ik zie ... niet! Waar is ...?

1

ze, ze

2

haar, haar

3

ze, haar

4

haar, ze

9

Multiple Choice

Question image

Dag mevrouw de Vries, hoe gaat het met ...?

Wilt ... een kopje kopje koffie?

1

u, u

2

me, me

3

u, me

4

me, u

10

Multiple Choice

Question image

Waar is je vader? Ik zie ... niet! Waar is ...?

1

hij, hem

2

hem. hij

3

hem, hem

4

h

11

Multiple Choice

Question image

Waar is mijn zus? Waar is ... ? Ik zie .... niet.

1

ze, ze

2

haar, haar

3

ze, haar

4

haar, ze

12

​DE en HET woorden

Waar is het boek? Ik zie het niet.​

Waar zijn de boeken? Ik zie ze niet.

​

Waar is de pen? Ik zie hem niet.​

Waar zijn de pennen? Ik zie ze niet.​

13

Multiple Choice

Question image

De computer

Waar is mijn computer? Waar is ... ? Ik zie ... niet.

1

hij, hij

2

hij, hem

3

hem, hem

4

hem, hij

14

Multiple Choice

Question image

Het raam is open. Kan je ... dichtdoen?

1

hem

2

ze

3

het

4

hij

15

Multiple Choice

Waar is het geld? Heb jij ...?

1

hem

2

hij

3

ze

4

het

16

Multiple Choice

Dit is een fles. ... is blauw. Zie je ...?

1

hij, hem

2

het, hem

3

ze, het

4

hem, hij

17

Multiple Choice

De opdrachten zijn interessant. ... zijn interessant.

1

hij

2

haar

3

ze

4

het

18

Multiple Choice

De boeken zijn goed.

... zijn goed. Ik lees ....

1

ze, ze

2

hij, ze

3

ze, hem

4

het, het

19

OEFEN NU ALLE WOORDEN DOOR ELKAAR!​

20

Fill in the Blanks

De docent heet María.

... komt uit Nederland.

Type answer...

21

Fill in the Blanks

De docent heet María. Ik ken ... sinds een week.

Type answer...

22

Fill in the Blanks

Ik lees een boek. ... is interessant.

Type answer...

23

Fill in the Blanks

Dit is mijn broer. Ken je ... ?

Type answer...

24

Fill in the Blanks

Ken je dit boek? Ken je ...?

Type answer...

25

Fill in the Blanks

De gitaar is van John.

... is van John.

Type answer...

26

Fill in the Blanks

(de piano)

Dit is mijn nieuwe piano.

Vind je ... mooi?

Type answer...

27

Fill in the Blanks

(het huis)

Dit is mijn nieuwe huis.

Vind je ... mooi?

Type answer...

28

Fill in the Blanks

Hoe gaat het met meneer de Wilde? Hoe gaat het met ... ?

Type answer...

29

Fill in the Blanks

Hoe gaat het met mevrouw van Dalen? Hoe gaat het met ...?

Type answer...

30

Fill in the Blanks

Hoe gaat het met Piet? Hoe gaat het met ... ?

Type answer...

31

Fill in the Blanks

Het verband zit los.

... zit los.



Type answer...

32

Fill in the Blanks

Dit is mijn beste vriendin. Ik ken ... goed.

Type answer...

33

​HET PLURALIS

​

We komen uit Nederland. Ken je ons?

Jullie​ leren Nederlands. Ik ken jullie goed.

Ze ​doen de opdracht. Ik geef hun les.

34

​subject object

neutraal accent​ neutraal accent

we ​ wij ons x

jullie X jullie x​

ze​ zij ze/hun*/hen* x

​

*hun- indirect object *hen - direct object​

35

Ze/hun/hen?​ ​

Je kan altijd 'ze' gebruiken. 'Ze' is altijd goed!

​

'Hun' gebruiken we alleen voor het indirect object. (aan/voor wie/wat?)

'Hen' gebruiken we voor het direct object, (wie/wat?), en voor een prepositie.

​

​​Indirect object: Ik stuur ze/hun een brief. Ik geef ze/hun een cadeau.

(Aan wie stuur ik een brief?)​

Direct object:​ Ik zie ze/hen. Ik vind ze/hen interessant. Dit cadeau is voor ze/hen. Ik eet vanavond bij ze/hen.

​

​

36

Multiple Select

Ik praat met Anna en Paul. Ik praat met ...

1

ze

2

hun

3

jullie

4

hen

37

Multiple Select

Ik denk aan mijn familie. Ik denk aan...

1

hen

2

hun

3

ze

4

hem

38

Multiple Choice

Ik denk aan mijn vriend, ik denk aan...

1

ze

2

haar

3

hij

4

hem

39

Multiple Choice

Hallo Esther en Inge, hoe gaat het met .... ?

1

ons

2

hen

3

u

4

jullie

40

Multiple Select

Mijn collega`s komen uit Spanje. Ken je...

1

ze

2

hen

3

hun

4

ons

41

Multiple Choice

Jan (man) is jarig. We feliciteren ...

1

ze

2

hen

3

haar

4

hem

42

Multiple Choice

Komen jullie bij (we) ... eten?

1

jullie

2

ons

3

ze

4

hen

43

Fill in the Blanks

Ik geef een cadeau aan Ina, ik geef ... een cadeau.

(Ina is een vrouw)

Type answer...

44

Fill in the Blanks

Ik geef een cadeau aan mijn moeder, ik geef een cadeau aan ...

Type answer...

45

Fill in the Blanks

Ik geef een cadeau aan mijn collega's, ik geef een cadeau aan ...

Type answer...

46

Fill in the Blanks

Onze vrienden komen dit weekend bij ... eten.

Type answer...

47

Fill in the Blanks

Hallo Beatrix en Emma, we sturen ... een brief.

Type answer...

48

Fill in the Blanks

Heb je de boeken? Heb je ...

Type answer...

49

Fill in the Blanks

Heb je het antwoord? Heb je ... ?

Type answer...

50

Fill in the Blanks

Heb je de fles wijn? Heb je ... ?

Type answer...

51

Fill in the Blanks

Ken je de buurman? Ken je ... ?

Type answer...

52

Fill in the Blanks

Ken je de buurman? ... is heel aardig.

Type answer...

53

Fill in the Blanks

Heb je het cadeau? ... is heel mooi.

Type answer...

54

Fill in the Blanks

Ik heb een nieuwe computer. ... is heel snel.

Type answer...

55

Fill in the Blanks

Hij heeft drie computers. ... zijn ook snel.

Type answer...

56

Fill in the Blanks

Ik heb André en Marianne gefeliciteerd. Ik heb ... gefeliciteerd.

Type answer...

pattern-tertiary
Personal pronomen, het object

By Hella Bouman

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 56

SLIDE