

Voegwoorden
Presentation
•
World Languages
•
KG - 12th Grade
•
Practice Problem
•
Medium
Maaike Hubee
Used 11+ times
FREE Resource
6 Slides • 10 Questions
1
Voegwoorden
Van 2 zinnen 1 zin maken.

2
Ik heb vakantie.
Ik ben blij.
Ik heb vakantie en ik ben blij. (geen komma!)
Ik heb vakantie, maar ik ben niet blij.
Ik ben blij, want ik heb vakantie.
Ik ben blij, omdat ik vakantie heb. (andere volgorde)
Ik heb vakantie, dus ik ben blij.
Toen ik vakantie had, was ik blij.
Om blij te zijn, heb ik vakantie nodig.
3
Vervolg - aangepaste zinnen
Als ik vakantie heb, ben ik zo blij als een klein kind dat een cadeautje krijgt.
Word je blij van school of word je blij van vakantie? (in het kort: Word je blij van school of van vakantie?)
4
Fill in the Blanks
Type answer...
5
Fill in the Blanks
Type answer...
6
Fill in the Blanks
Type answer...
7
Fill in the Blanks
Type answer...
8
Omdat
Als je 'omdat' gebruikt, verandert de woordvolgorde.
Ik kom niet op school.
Ik ben ziek.
Let ook op het gebruik van de komma tussen twee werkwoorden van de deelzinnen.
Omdat ik ziek ben, kom ik niet op school.
Ik kom niet op school, omdat ik ziek ben.
"Waarom kom je niet naar school?" -> "Omdat ik ziek ben."
9
Multiple Select
Hafid stopt met voetballen. Hij vindt het niet leuk meer.
Hafid stopt met voetballen, omdat hij het niet meer leuk vindt.
Hafid stopt met voetballen, omdat hij vindt het niet meer leuk.
10
Multiple Select
Shandra geeft een feestje. Ze is jarig.
Shandra geeft een feestje, omdat ze is jarig.
Shandra geeft een feestje, omdat ze jarig is.
Shandra geeft een feestje, omdat is ze jarig.
11
Multiple Select
Ahmed belt zijn vriend op. Hij wil niet alleen naar het zwembad.
Ahmed belt zijn vriend op, omdat hij niet alleen naar het zwembad wil.
Ahmed belt zijn vriend op, omdat hij wil niet alleen naar het zwembad.
Ahmed belt zijn vriend op, omdat naar het zwembad hij niet alleen wil.
12
Als - toen
Als -> tegenwoordige tijd, toekomst
Toen -> verleden tijd
Als ik ziek ben, ga ik niet naar school.
Toen ik ziek was, ging ik niet naar school.
13
Multiple Select
Wanneer koop jij een nieuwe fiets? ..... ik genoeg geld heb.
Toen
Als
14
Multiple Select
Wanneer vluchtte je naar Nederland? ...... de oorlog begon.
Als
Toen
15
Multiple Select
Wanneer heb je Nederlands geleerd? ............. ik in Primary zat.
Als
Toen
16
Nog meer oefenen.
In de les gaan we de oefening op blz. 8 uit het lesboekje doen. Je kunt zelf de oefeningen uit het grammaticaboek doen (Lessen 38, 39 en 40 op blz. 144-152).
Voegwoorden
Van 2 zinnen 1 zin maken.

Show answer
Auto Play
Slide 1 / 16
SLIDE
Similar Resources on Wayground
11 questions
Animo 1 - Thema 1 Eerste en tweede taal
Presentation
•
7th Grade
10 questions
Screenen H4
Presentation
•
4th Grade
11 questions
Bespreken examen 2003 BB
Presentation
•
KG - 4th Grade
11 questions
Perfectum 1: Wat heb jij gedaan in het weekend?
Presentation
•
3rd Grade
11 questions
De uitspraak van de E
Presentation
•
1st Grade - University
10 questions
Present Simple or Present Continuous
Presentation
•
8th Grade
11 questions
Volume vs inhoud
Presentation
•
6th Grade
12 questions
h10 (htr 8) deel 5 a: 2 auto's in hoekje <, voorrang aan rechts
Presentation
•
Professional Development
Popular Resources on Wayground
10 questions
HCS SCI 03 Summer School Review 4
Quiz
•
3rd Grade
11 questions
HSMS - Standard Response Protocol
Quiz
•
6th - 8th Grade
16 questions
1.1-1.2 Quiz Review
Quiz
•
9th - 12th Grade
12 questions
Exponent Expressions
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Adding and Subtracting Integers
Quiz
•
6th - 7th Grade
11 questions
Northeast States
Quiz
•
3rd - 4th Grade
10 questions
Characterization
Quiz
•
3rd - 7th Grade
10 questions
Common Denominators
Quiz
•
5th Grade
Discover more resources for World Languages
10 questions
HCS SCI 03 Summer School Review 4
Quiz
•
3rd Grade
11 questions
HSMS - Standard Response Protocol
Quiz
•
6th - 8th Grade
16 questions
1.1-1.2 Quiz Review
Quiz
•
9th - 12th Grade
12 questions
Exponent Expressions
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Adding and Subtracting Integers
Quiz
•
6th - 7th Grade
11 questions
Northeast States
Quiz
•
3rd - 4th Grade
10 questions
Characterization
Quiz
•
3rd - 7th Grade
10 questions
Common Denominators
Quiz
•
5th Grade